1. Gebruik een geschikt opmaakprogramma
Maak je ontwerp bij voorkeur in:
- Adobe InDesign (aanbevolen voor advertenties en paginaopmaak)
- Affinity Publisher
Vermijd voor drukwerk zo veel mogelijk:
- Adobe Illustrator (of vergelijkbaar)
- Adobe Photoshop (of vergelijkbaar)
- Microsoft Word, PowerPoint
- Apple Pages
- Canva en vergelijkbare webtools (tenzij je opdrachtgever dit expliciet accepteert)
Deze programma’s kunnen problemen geven met lettertypes, kleur, transparantie en zwartwaarden. Voor professioneel drukwerk is een DTP-pakket veel betrouwbaarder.
In Zezar wordt een formaatfout direct teruggekoppeld en krijgt het bestand bij de uitgever de status afgekeurd.
2. Exporteer altijd via “Adobe PDF (Print)”
InDesign
Exporteer je PDF zo:
- Bestand → Exporteren…
- Kies: Adobe PDF (Print)
- Geef een bestandsnaam en klik op Opslaan
Vermijd:
- Print → Save as PDF / “Bewaar als PDF” (macOS)
- Export via macOS Preview of andere systeem-PDF-functies
- Online PDF-compressors achteraf
Deze routes gebruiken macOS Quartz PDFContext, en die kan de interne PDF-structuur beschadigen. Prepress-software kan dat zien als “corrupt PDF / parser error”, waardoor je bestand wordt geweigerd of in quarantaine belandt.
3. Kies een moderne PDF-standaard: PDF/X-4
Voor de meeste drukkerijen en tijdschriftadvertenties is PDF/X-4 tegenwoordig de beste keuze:
- Transparantie mag blijven bestaan
- Kleurprofielen (ICC) worden correct beheerd
- Wordt goed ondersteund door moderne RIPs en workflows
PDF/X-1a wordt nog steeds veel gebruikt in advertentie- en magazine-workflows. Veel aanleverspecificaties, zoals MagazineAds_1v4, zijn hierop gebaseerd:
- Transparantie moet verplicht worden afgevlakt
- RGB-kleuren moeten worden omgezet naar CMYK
In de advertentieketen werken veel uitgevers en drukkerijen nog altijd met MagazineAds_1v4 of vergelijkbare PDF/X-1a-profielen. Om hiermee compatibel te blijven, controleert Zezar standaard of aangeleverde advertenties aan deze norm voldoen.
Advertenties die volledig voldoen aan MagazineAds_1v4 worden geclassificeerd als “Goedgekeurd”.
Bestanden die technisch in orde zijn maar een modernere PDF-standaard gebruiken (zoals PDF/X-4 of ICC-RGB), worden “Geaccepteerd” — deze kunnen gewoon worden verwerkt, maar wijken af van de traditionele advertentiestandaard.
Kies bij export in InDesign bijvoorbeeld:
- Adobe PDF-voorinstelling: PDF/X-4
- Uitvoer / Output: Convert to Destination (Preserve Numbers)
- Doelprofiel (Destination): het CMYK-profiel dat de drukker vraagt (bijv. ISO Coated v2 / PSO Coated v3)
4. Kleur: CMYK aanbevolen, RGB met beleid
Voor voorspelbare resultaten is het verstandig om met CMYK te werken, volgens het afgesproken drukprofiel.
- Foto’s: minimaal 150 ppi, bij voorkeur 300 ppi
- Gebruik geen afbeeldingen van lage resolutie (webplaatjes van 72 ppi)
- Vermijd sterk gecomprimeerde JPEG’s met zichtbare blokjes
Moderne workflows kunnen ook ICC-RGB afhandelen, maar dan is het extra belangrijk dat het juiste ICC-profiel wordt meegestuurd en dat je drukker dat ondersteunt. Twijfel je, lever dan CMYK aan.
5. Bleed (afloop): voorkom witte randjes
Heeft je advertentie beeld of kleur tot aan de rand? Zorg dan voor afloop.
- Stel afloop in op 3 mm rondom (tenzij de drukker iets anders vraagt)
- Laat beeld/kleur echt tot in de afloop doorlopen
- Belangrijke tekst en logo’s blijven minstens 3–5 mm binnen de netto-pagina
Zonder afloop kunnen na het snijden ongewenste witte randjes ontstaan, zelfs als de snijmachine heel nauwkeurig is ingesteld.
6. Fonts: altijd insluiten, niet outline-en
Zorg dat lettertypes correct worden verwerkt:
- Embed alle gebruikte fonts in de PDF (standaard InDesign-gedrag)
- Maak fonts niet standaard tot contouren, dat bemoeilijkt latere controle
- Gebruik geen PDF-beveiliging op fonts of op het document
In de Preflight van Acrobat Professional kun je controleren of alle fonts zijn ingesloten en of er geen systeemfonts of ontbrekende fonts worden gebruikt.
7. Transparantie: mag blijven bestaan
Waar vroeger vaak werd geëist dat alle transparantie werd afgevlakt (PDF/X-1a), is dat anno nu niet meer nodig bij gebruik van PDF/X-4.
- Transparantie (schaduw, glows, overprint, soft masks) mag blijven bestaan
- Afvlakken is alleen nodig als de drukker dat expliciet vraagt
- Te agressief afvlakken kan leiden tot haarlijntjes, kleursprongen en ingewikkelde objectstructuren
Gebruik je toch een afvlakker, test dan altijd de output goed op scherm én proefdruk, zodat je onverwachte effecten voorkomt.
8. Beveiliging, interactie en lagen
Voor drukwerk zijn veel PDF-functies niet wenselijk:
- Zet geen wachtwoorden of beperkingen op de PDF
- Vermijd interactieve elementen (knoppen, formulieren, video, hyperlinks die overdruk instellen)
- Onnodige lagen kun je beter flatten of samenvoegen
Dit soort features zijn bedoeld voor schermgebruik en kunnen RIPs of prepress-software in de weg zitten.
9. Controleer je PDF met Preflight
Ook met de beste exportinstellingen is een controle met Preflight sterk aan te raden. Daarmee controleer je niet je ontwerp, maar het uiteindelijke PDF-bestand dat naar de drukker gaat.
InDesign heeft een ingebouwde Live Preflight-functie die tijdens het ontwerpen al veel problemen kan signaleren, zoals ontbrekende fonts, lage resolutie of overset tekst. InDesign Live Preflight kan ook kleurgebruik controleren (zoals RGB of spotkleuren), mits dit in het preflight-profiel is ingesteld.
Toch vervangt dit geen PDF-preflight in Acrobat of PitStop. Die controleren namelijk het daadwerkelijke PDF-bestand en kunnen ook technische fouten opsporen die pas tijdens het exporteren ontstaan.
Voor een volledige PDF-controle kun je gebruikmaken van:
- Adobe Acrobat Pro — met uitgebreide Preflight-profielen (o.a. PDF/X-4-controle)
- Enfocus PitStop — voor diepgaande grafische en technische controles
Daarmee worden o.a. zaken gecontroleerd zoals PDF-structuur, ICC-profielen, output intent, embedding van fonts, trim- en bleedbox en mogelijke corruptie. Zo weet je zeker dat niet alleen het ontwerp klopt, maar ook het bestand technisch geschikt is voor druk.
10. Samenvatting: zo maak je een goede PDF
In het kort, dit zijn de belangrijkste richtlijnen voor een goede druk-PDF:
- Gebruik een professioneel opmaakprogramma (bij voorkeur Adobe InDesign)
- Exporteer via Adobe PDF (Print) — dus niet via “Bewaar als PDF” of OS-PDF
- Werk bij voorkeur met PDF/X-4 (moderne standaard, transparantie toegestaan). Deze bestanden worden in Zezar technisch geaccepteerd.
- Moet je voldoen aan traditionele advertentie-eisen? Kies dan PDF/X-1a of een profiel zoals MagazineAds_1v4. Deze worden in Zezar goedgekeurd.
- Zorg voor voldoende resolutie (meestal 150–300 ppi) en correcte bleed (bij advertenties vaak 3 mm)
- Embed alle fonts en vermijd onnodige beveiliging of interactieve elementen
- Laat transparantie staan, tenzij de drukker specifiek om afgevlakte PDF vraagt
- Controleer je PDF altijd met Preflight voordat je deze aanlevert
Volg je deze stappen, dan is de kans groot dat je PDF technisch in orde is en zonder problemen in druk kan worden verwerkt.